Rorschach

Er zijn vast maar weinig lezers die bij de titel van dit blogje aan een plaatsje aan de Bodensee denken. Bijna iedereen denkt meteen aan vlekken. Sterker nog ik denk dat een behoorlijk percentage Nederlanders een echte Rorschachvlek van een neppe kan onderscheiden. Zo beroemd is die man.

Wacht ik laat er even een zien….

download

Rorschachvlekken stonden voor mij altijd symbool voor de vaagheid van de psychiatrie. Zeg maar de psychiater als charlatan die je vraagt om vrij te associëren bij een totaal onduidelijk plaatje en die daar dan het zijne van vind – vast iets met onderdrukte seksuele impulsen. Misschien komt het door de film: daar is het zonder uitzondering een of andere pseudoloog die met die vlekken aan de slag gaat. Ik had er dus ook nooit zoveel mee. Tot dat….

Nou ja. Mijn fascinatie voor Rorschach’s vlekken begon pas toen ik leerde dat die vlekken onderdeel uitmaken van een gestandaardiseerde test. Dat hàd me moeten opvallen – net als jullie herkende ik Rorschach vlekken uit duizenden, maar het signaal dat dat door standardisatie zou kunnen komen pikte ik gewoonweg niet op. Ik vond het ook een raar gegeven: een gestandaardiseerde vlekkentest; gewoon omdat het niet in het plaatje paste.

Maar het bleek te kloppen. Wat Hermann Rorschach onderscheidde van zijn tijdgenoten was juist dat hij een veel wetenschappelijkere diagnosepraktijk voorstond, dan in het begin van de 20e eeuw gebruikelijk was. Hij tekende ruim 100 inktvlekken en test die op zo’n 400 proefpersonen waarvan 300 patiënten waren. De 10 vlekken die het beste werkten voor een diagnose koos hij uit – en hij scheef een uitgebreide handleiding over hoe de antwoorden van patiënten geïnterpreteerd moesten worden. Met onderdrukte sex had het allemaal niets van doen.

Omdat de Rorschach test een gestandaardiseerde test is kan bovendien de collectieve ervaring van alle therapeuten die de test gebruiken, gebruikt worden om de interpretatie beter te maken. In de jaren zestig gebeurde dit ook en kwam er een nieuw, betrouwbaarder scoresysteem. De vlekken zelf veranderden niet.

Hoe komt het dan toch dat Rorschach zo’n slecht imago heeft? Vermoedelijk komt door het soort test: het is een projectietest. Je wordt gevraagd jouw ideeën op de plaatjes te ‘projecten’ in de hoop dat dat iets zegt over je persoonlijkheid. Je bent -zeg maar – wat je in de plaatjes ziet. Maar, om dat te kunnen doen moet je je beroepen op je fantasie. En fantasieën zijn vrij intiem. De meeste mensen delen hun fantasieën niet met iedereen – en al helemaal niet in een situatie waar ze beoordeeld worden op mentale gezondheid; nog zoiets intiems. Het is dus een test waarbij de patiënt in een kwetsbare positie wordt gedwongen. We voelend dan eerder mee met de arme patiënt dan met de dokter en zijn, zogenaamd, betrouwbare scoresysteem.

Er zijn ook goede redenen om te denken dat een dergelijke test niet kàn werken. Je verwacht dat mensen heel verschillende dingen roepen als ze gevraagd worden wat ze in die vlekken zien. Die diversiteit geeft ruis: als mensen heel verschillende antwoorden geven op dezelfde vraag is het lastig om vast te stellen hoe je zo’n antwoord moet interpreteren. De antwoorden worden zelf weer een soort Rorschach-vlek. Het is maar wat je er in ziet. Over het algemeen geld dat je met gerichte vragen een betere betrouwbaarheid kan halen dan met een vrije-associatie test.

Ondanks zijn wetenschappelijke doel en zijn update in de jaren 60 staat de Rorschach test dus nog altijd onder fikse kritiek. Er zijn onderzoeken die zeggen dat de test het niet beter doet dan een diagnose zonder test, dat de test verkeerde diagnoses stelt en dat hij voor te weinig verschillende ziektes gebruikt kan worden. Een interessante kritiek is ook dat de test tegenwoordig niet meer zou werken omdat iedereen die plaatjes nu al kent en dus niet meer onbevangen de test in kan gaan. Heb je de diagnose eindelijk gestandaardiseerd….

Hoewel wetenschappelijke studies naar het gebruik van de test niet eenduidig zijn en hoewel de test niet heel sterk uit de bus komt, laten ze wèl degelijk een positief effect zien. Het lijkt er op dat een diagnose met Rorschach test beter werkt dan een diagnose zonder hulpmiddel. Rorschach heeft, zij het heel voorzichtig, de wetenschap aan zijn kant.

Mijn inschatting is dat het te weinig is. Er zijn -of komen- betere tests, waarbij patiënten niet hun fantasieën bloot hoeven te geven. Dan verdwijnt Rorschach van het toneel en blijft alleen het charlatanimago uit de film over. Dat vind ik fijn voor de patiënten, maar jammer voor ons als maatschappij. Ik denk ook dat die test niet kàn werken, maar dat is wél een vooroordeel. Juist omdat de test zo’n rare mix vormt van mystieke en wetenschappelijke ideeën herinnert zij ons er aan dat we dat soort vooroordelen moeten toetsen – en dat we uiteindelijk de wetenschap moeten laten spreken.

Het verketteren van de Rorscharch tests, voordat het finale oordeel van de wetenschap geveld is hoort nu eenmaal niet bij de wetenschappelijke houding die Rorschach zelf voor stond. Laten we de man eren, als was het alleen omdat hij het icoon voor twijfels aan de wetenschappelijkheid van de psychiatrie ontwierp.

Meer lezen?

Ik besprak eerder de IQ test, die er ook al niet goed af kwam. Het soort trials dat heeft aangetoond dat de Rorschach test werkt zijn niet bepaald waterdicht, zoals ik in ongezond aan de orde stelde. Dat je je ideeën moet testen en waarom bespreek ik in Eksters.

Geheugenmachine

Piet Vroon, hoogleraar psychologie, stelde het in 1985 al: het geheugen is een onbetrouwbare fabriek van herinneringen. Het lijkt misschien weinig origineel om het brein met een machine of een fabriek te vergelijken want de machinemetafoor wordt al zo veel gebruikt in uitspraken over het menselijk lichaam. De Franse filosoof Descartes trok rond 1600 al de beroemde vergelijking tussen het brein en orgel. Maar het idee van ‘het brein als machine’ is minder populair dan je zou denken. Onterecht misschien, want onder de kennismetaforen is het een van de weinigen die kennis als het resultaat van een actief proces neerzet. Nadenken, onthouden, onderzoeken: het kost allemaal veel werk en het zou goed zijn als we daar recht aan doen in de manier waarop we over kennis spreken.

Het ongebruikelijke aan het idee van het geheugen als herinneringenfabriek is in een dat herinneringen niet dingen zijn die kant-en-klaar uit een magazijn worden gehaald, maar dat ze ter plekke worden gemaakt uit een of andere denkgrondstof. Elke gedachte is dus een nieuwe gedachte: ze is ter plekke samengesteld en rolt vers de fabriek die onze neuronen samen georganiseerd hebben. Eigenlijk onthoudt je niet dat je vorig jaar in Zuid Afrika een wilde Neushoorn gezien hebt; je bedenkt het je opnieuw. Dat lijkt eigenlijk heel inëfficient als je onthouden als het belangrijkste doel van het brein ziet. Zou het niet handiger zijn de gedachten gewoon op te slaan en terug te zoeken? Maar het is wel heel handig om het zo te regelen als je het geheugen niet als een opslagplaats ziet, maar als een motor om creatief mee na te denken. Misschien is ons brein wel een variatie- en selectiemachine (de mementheorie suggereert zoiets). Als ons brein telkens gedachten produceert die net een beetje anders zijn en de beste ervan later weer kan hergebruiken dan kunnen we op die manier onze gedachten ontwikkelen en tot nieuwe inzichten komen.

Er is wel bewijs voor het idee van het geheugen als fabriek. Veel daarvan komt uit de rechtspsychologie. Getuigenverklaringen zijn een belangrijke vorm van bewijs. Je zou dus willen dat getuigen eerlijk zijn en de waarheid spreken. Vaak zijn ze dat ook, maar er blijkt ook zoiets te bestaan als een valse herinnering. Het komt voor dat verdachten zich aanvankelijk niets herinneren van een moord, maar dat ze na langdurig en intensief verhoor toch bekennen. Erger nog, ze blijken dan in hun bekentenis hele precieze details over de moord te kunnen vertellen die alleen bij de politie bekend zijn, maar later blijkt uit aanvullend bewijs dat de oorspronkelijke verdachte onmogelijk bij de moord betrokken geweest kon zijn.

De verklaring voor dit soort valse getuigenissen is dat de politie gedurende het verhoor informatie heeft laten doorschemeren, waarmee de fantasie van de verdachte in werking gezet is. Deze mix van feitelijke informatie en fantasie is vervolgens in het brein opgeslagen als herinnering. De verdachte denkt verloren gegane herinneringen teruggevonden te hebben, terwijl ze deze feitelijk gedurende het verhoor heeft gemaakt. Willem Wagenaar, hoogleraar rechtspsychologie, stelt dat het brein een updating machine is, waar nieuwe informatie steeds vermengt wordt met bestaande informatie en waar elke opgehaalde herinnering dus een klein beetje wordt veranderd. Een minder dramatisch resultaat van deze actieve manier van onthouden is dat we vakanties altijd leuker herinneren dan dat we ze daadwerkelijk vonden. Omdat we de leuke herinneringen steeds ophalen worden die versterkt en verlevendigd, terwijl de slechtere herinneringen (zoals de vervelende vlucht naar dat mooie eiland) naar de achtergrond verdwijnen.

Het brein zien als machine betekent dus dat we onthouden niet zozeer moeten begrijpen als herinneringen ophalen, maar eerder als herinneringen opnieuw maken. Als we ergens aan terugdenken, gebruiken we de herinnering maar met de herinnering slaan we ook nieuwe informatie uit het hier en nu op. Elke keer dat je opnieuw bedenkt hoe het was om die neushoorn te zien, wordt die neushoorn dus ook een klein beetje veranderd. Een van de onderdelen van onze kennismachine is misschien wel een magazijn, maar, kant en klare gedachten zullen we er niet vinden.

Is dat erg? Als we er verdachten ten onrechte voor opsluiten natuurlijk wel. Maar voor mezelf vind ik het juist een prettig idee. Ik vind het niet zo erg dat mijn herinneringen niet de ‘echte’ feiten bevatten en ik vind het heel prettig dat ik ze kan beïnvloeden. En als ik weer eens een dag heb zitten malen over allerlei dingen die me bezig houden vind ik het ook een geruststellende gedachte dat ik geen zinloze reeks bestellingen van kant en klare gedachten heb gedaan, maar dat dit een manier was om grote schoonmaak te houden in mijn breinmagazijnen. Laat mijn brein maar een machine zijn.

Meer lezen?

Het citaat aan het begin van dit blogje komt uit: ”De mens als metafoor: over vergelijkingen van mens en machine in filosofie en psychologie” van Pieter Vroon en Douwe Draaisma.

Het idee van het brein als updating machine en de rol die dat speelt in het recht is veel geschreven door hoogleraar rechtspsychologie Willem Wagenaar. Een goed startpunt is misschien het hoorcollege “Psychologie in de rechtszaal. Een hoorcollege over waarneming, geheugen en menselijk gedrag. – oktober 2007” dat hij voor Home Academy opnam.

Eerder besprak ik het brein als container, kennis als stroom en mementheorie als metaforen voor kennis. Het belang van metaforen voor kennis besprak ik in het blogje metaforen voor het leven.