Geheugenmachine

Piet Vroon, hoogleraar psychologie, stelde het in 1985 al: het geheugen is een onbetrouwbare fabriek van herinneringen. Het lijkt misschien weinig origineel om het brein met een machine of een fabriek te vergelijken want de machinemetafoor wordt al zo veel gebruikt in uitspraken over het menselijk lichaam. De Franse filosoof Descartes trok rond 1600 al de beroemde vergelijking tussen het brein en orgel. Maar het idee van ‘het brein als machine’ is minder populair dan je zou denken. Onterecht misschien, want onder de kennismetaforen is het een van de weinigen die kennis als het resultaat van een actief proces neerzet. Nadenken, onthouden, onderzoeken: het kost allemaal veel werk en het zou goed zijn als we daar recht aan doen in de manier waarop we over kennis spreken.

Het ongebruikelijke aan het idee van het geheugen als herinneringenfabriek is in een dat herinneringen niet dingen zijn die kant-en-klaar uit een magazijn worden gehaald, maar dat ze ter plekke worden gemaakt uit een of andere denkgrondstof. Elke gedachte is dus een nieuwe gedachte: ze is ter plekke samengesteld en rolt vers de fabriek die onze neuronen samen georganiseerd hebben. Eigenlijk onthoudt je niet dat je vorig jaar in Zuid Afrika een wilde Neushoorn gezien hebt; je bedenkt het je opnieuw. Dat lijkt eigenlijk heel inëfficient als je onthouden als het belangrijkste doel van het brein ziet. Zou het niet handiger zijn de gedachten gewoon op te slaan en terug te zoeken? Maar het is wel heel handig om het zo te regelen als je het geheugen niet als een opslagplaats ziet, maar als een motor om creatief mee na te denken. Misschien is ons brein wel een variatie- en selectiemachine (de mementheorie suggereert zoiets). Als ons brein telkens gedachten produceert die net een beetje anders zijn en de beste ervan later weer kan hergebruiken dan kunnen we op die manier onze gedachten ontwikkelen en tot nieuwe inzichten komen.

Er is wel bewijs voor het idee van het geheugen als fabriek. Veel daarvan komt uit de rechtspsychologie. Getuigenverklaringen zijn een belangrijke vorm van bewijs. Je zou dus willen dat getuigen eerlijk zijn en de waarheid spreken. Vaak zijn ze dat ook, maar er blijkt ook zoiets te bestaan als een valse herinnering. Het komt voor dat verdachten zich aanvankelijk niets herinneren van een moord, maar dat ze na langdurig en intensief verhoor toch bekennen. Erger nog, ze blijken dan in hun bekentenis hele precieze details over de moord te kunnen vertellen die alleen bij de politie bekend zijn, maar later blijkt uit aanvullend bewijs dat de oorspronkelijke verdachte onmogelijk bij de moord betrokken geweest kon zijn.

De verklaring voor dit soort valse getuigenissen is dat de politie gedurende het verhoor informatie heeft laten doorschemeren, waarmee de fantasie van de verdachte in werking gezet is. Deze mix van feitelijke informatie en fantasie is vervolgens in het brein opgeslagen als herinnering. De verdachte denkt verloren gegane herinneringen teruggevonden te hebben, terwijl ze deze feitelijk gedurende het verhoor heeft gemaakt. Willem Wagenaar, hoogleraar rechtspsychologie, stelt dat het brein een updating machine is, waar nieuwe informatie steeds vermengt wordt met bestaande informatie en waar elke opgehaalde herinnering dus een klein beetje wordt veranderd. Een minder dramatisch resultaat van deze actieve manier van onthouden is dat we vakanties altijd leuker herinneren dan dat we ze daadwerkelijk vonden. Omdat we de leuke herinneringen steeds ophalen worden die versterkt en verlevendigd, terwijl de slechtere herinneringen (zoals de vervelende vlucht naar dat mooie eiland) naar de achtergrond verdwijnen.

Het brein zien als machine betekent dus dat we onthouden niet zozeer moeten begrijpen als herinneringen ophalen, maar eerder als herinneringen opnieuw maken. Als we ergens aan terugdenken, gebruiken we de herinnering maar met de herinnering slaan we ook nieuwe informatie uit het hier en nu op. Elke keer dat je opnieuw bedenkt hoe het was om die neushoorn te zien, wordt die neushoorn dus ook een klein beetje veranderd. Een van de onderdelen van onze kennismachine is misschien wel een magazijn, maar, kant en klare gedachten zullen we er niet vinden.

Is dat erg? Als we er verdachten ten onrechte voor opsluiten natuurlijk wel. Maar voor mezelf vind ik het juist een prettig idee. Ik vind het niet zo erg dat mijn herinneringen niet de ‘echte’ feiten bevatten en ik vind het heel prettig dat ik ze kan beïnvloeden. En als ik weer eens een dag heb zitten malen over allerlei dingen die me bezig houden vind ik het ook een geruststellende gedachte dat ik geen zinloze reeks bestellingen van kant en klare gedachten heb gedaan, maar dat dit een manier was om grote schoonmaak te houden in mijn breinmagazijnen. Laat mijn brein maar een machine zijn.

Meer lezen?

Het citaat aan het begin van dit blogje komt uit: ”De mens als metafoor: over vergelijkingen van mens en machine in filosofie en psychologie” van Pieter Vroon en Douwe Draaisma.

Het idee van het brein als updating machine en de rol die dat speelt in het recht is veel geschreven door hoogleraar rechtspsychologie Willem Wagenaar. Een goed startpunt is misschien het hoorcollege “Psychologie in de rechtszaal. Een hoorcollege over waarneming, geheugen en menselijk gedrag. – oktober 2007” dat hij voor Home Academy opnam.

Eerder besprak ik het brein als container, kennis als stroom en mementheorie als metaforen voor kennis. Het belang van metaforen voor kennis besprak ik in het blogje metaforen voor het leven.