Toen ik aan dit blog begon stelde ik mezelf de vraag of kennis eigenlijk nut heeft. Dat is een verrassend moeilijke vraag, tenminste als je er wat langer over nadenkt. Één ding is duidelijk. Kennis kan alleen maar nut hebben als je er iets mee kan doen. Het moet -zeg maar- hanteerbaar zijn.
Hanteerbare kennis. Daar schuurt iets. In ons lichaam zit kennis in sterkere en zwakkere verbindingen tussen zenuwcellen; een netwerk. Erg hanteerbaar lijkt me dat niet. In de samenleving wordt kennis onderhouden door taal: we delen verhalen met elkaar. Dan denk ik nou ook niet meteen: een verhaal (!) precies wat ik nodig had om deze kast in elkaar te zetten.
Op een bepaalde manier is er dus een verschil in de metaforen die we gebruiken om te begrijpen hoe we kennis vastleggen -of hoe het ontstaat- en die metaforen die iets zeggen over hoe we kennis gebruiken. Zodra we over het gebruik nadenken, gebruiken we vaak tastbare metaforen: kennis als anker, als leidraad, als toetssteen. Alsof we kennis pas bruikbaar kunnen denken, wanneer ze een vorm krijgt die je kunt vasthouden.
Mede daarom ben ik liefhebber van het begrip kennisvorm. We komen er in een gemiddelde werkdag behoorlijk wat tegen. Een plan is bedoeld om uit te voeren. Een visie moet inspireren. Een vraag moet nieuwsgierigheid opwekken. De vorm – plan, visie, vraag – is gekoppeld aan een idee over het gebruik ervan: welk denken of doen zij uitlokt. Het vormgeven van kennis is eigenlijk dagelijks werk voor veel kenniswerkers.
De kennisvorm is natuurlijk niet letterlijk een vorm. Er zijn met een beetje goede wil wel vormeisen aan te wijzen natuurlijk: achter een vraag staat een vraagteken, in een plan staan vaak stappen en in een visie uitspraken over hoe we dingen zouden willen. Maar het is allemaal een stuk minder helder dan bij gebruiksvoorwerpen die van atomen gemaakt zijn.
Waar bestaan kennisvormen dan eigenlijk uit? Ze zijn, zoals dat zo mooi heet sociale constructies. Het zijn groepsdingen. Ze bestaan uit gedeelde verwachtingen over het gebruik.
Neem de kennisvorm vraag. Een vraag vraagt om een antwoord. De vorm zet mensen aan het denken. Maar dat gedrag hebben we wel bij elkaar afgekeken. We geven antwoorden op vragen omdat iedereen dat doet, er zit geen geheime lettercombinatie in die dat zoeken naar een antwoord afdwingt, ofzo.
Daarmee houden we kennisvormen dus ook samen in stand. Omdat het gebruikelijk is om plannen uit te voeren, maken we met elkaar afspraken over wat er in plannen moet staan om ze ook makkelijk uitvoerbaar te maken. En als een plan daar niet aan voldoet, spreken we de plannenmakers er op aan. Onze afspraken over de vorm dienen om het gebruik ervan gemakkelijker te maken.
Nou, dat is een geweldige constatering. Het mooie van groepsdingen is namelijk dat je ze ook zelf kan starten. Zelfs als je maar een klein groepje bij elkaar hebt kun je een nieuwe kennisvorm beginnen. Ik probeer van kennisvorm zelf, bijvoorbeeld een kennisvorm te maken. Een kennisvorm zet bij gebruikers een denkproces op gang, over het gebruik van die vorm.
Het is me bijna gelukt. Er zijn al een paar mensen die het begrip kennisvorm op deze manier gebruiken. Doe je mee?
Meer lezen?
Het begrip kennisvorm is een centraal concept in kennispoducten uit praktijkgericht onderzoek. De kennisvormen die daarin besproken worden zijn: definitie, casusbeschrijving, vragen, ontwerprationale, voorbeeldbibliotheek, fictie, principes, deugden en waarden, interventietheorie, methodiek en protocol.
Ik sprak over het tastbaar maken van abstracte ideeën in verdinging, over taal als sociaal construct in de taalpragmatiek van Herbert Clark, betekenisdrift, en jargon. In de drie werelden van Karl Popper, ging ik al kort in op de ideeën van Carl Bereiter, die de basis legde voor mijn denken over kennisvormen, Ik besprak ook al eens de kennisvorm peilingen.
Andere metaforen voor kennis die ik besprak zijn: kennis als netwerk, als stroom, als moeras of als ziekte.