Zelfvervullend

Als het morgen mooi weer lijkt te worden, leg ik andere kleding klaar dan wanneer er regen komt. Voorspellingen zijn superhandig in het dagelijks leven. Ze helpen ons om ons voor te bereiden op de toekomst en voorkomen verrassingen.

Verreweg het handigst zijn natuurlijk voorspellingen over menselijk gedrag. Als ik weet dat iedereen morgen in goud gaat investeren, is het handig om dat vandaag al te doen, nu de prijs nog vrij redelijk is. Het is fijn om een beetje op het gedrag van de kudde te kunnen anticiperen om mijn eigen gedrag daar handig op af te stemmen.

Je voelt ’m al: het grote verschil tussen voorspellingen over de natuur en voorspellingen over menselijk gedrag is dat de natuur zich niets aantrekt van hoe wij die voorspellingen gebruiken, terwijl voorspellingen over menselijk gedrag juist wél beïnvloeden wat mensen doen. Daarmee zijn voorspellingen over menselijk gedrag -ik trek even het gezicht van een of andere techniekfilosoof- niet neutraal.

De beruchte ‘wet’ van Moore
Het meest spectaculaire voorbeeld van een zelfvervullende voorspelling is de ‘Wet van Moore’. Gordon Moore bekeek in de jaren zestig de ontwikkeling van computerchips. Die werden steeds kleiner en krachtiger. Er bleek een exponentieel verband te zijn: elke twee jaar verdubbelde de rekenkracht per vierkante centimeter. Moore voorspelde dat die trend nog jaren door zou zetten – en dat is precies wat er gebeurde.

Het verbluffende van de wet van Moore is niet dat de computerchips na zijn voorspelling nog een tijdje lang in exponentieel tempo kleiner werden. Nee, het verbluffende is dat we, nu we 60 jaar verder zijn, nog steeds discussiëren of de technische ontwikkeling nu eindelijk eens begint te vertragen. De wet van Moore was veel langer geldig dan wie dan ook voor mogelijk had gehouden. In je telefoon zit meer rekenkracht dan er nodig was om een man op de maan te zetten. Zo sterk is deze ontwikkeling geweest.

Hoe kan dit? Is Moore misschien toch op een natuurwet gestuit? Heeft Gordon Moore verder kunnen zien dan anderen? Niemand denkt dat. Sociologen zijn het erover eens dat de wet van Moore een zelfvervullende voorspelling is. Omdat we collectief geloven dat de chips blijven krimpen, gaan we ons zo organiseren dat ze inderdaad gaan krimpen.

#hoedan?
Hoe werkt dat? Harro van Lente schrijft er mooi over, vind ik. Hij zegt dat dit soort toekomstverwachtingen over technologische ontwikkelingen drie rollen vervullen.

Ten eerste geven ze legitimiteit aan technische ontwikkelingen. Wil je een omvangrijk onderzoeksprogramma financieren om chips te laten krimpen, dan is het wel handig dat er een gedeeld geloof is dat het kan. En het helpt dat je denkt dat als jullie niet met kleinere chips komen, dat de concurrent het dan wel doet.

Ten tweede zijn collectieve verwachtingen richtinggevend. In principe kun je met de ontwikkeling van een computerchip alle kanten op. Je kunt een chip duurzamer willen maken, of multifunctioneler, of nou ja, bedenk nog maar wat nuttige eigenschappen voor computerchips. Maar omdat we met zijn allen denken dat kleinheid is wat écht telt, zetten we alles op alles om dat te bereiken.

Ten slotte hebben verwachtingen over technologische ontwikkeling ook een coördinerende werking. Als iedereen denkt dat de toekomst zit in nog kleinere minichips, dan kunnen we ook veel beter samenwerken die te ontwikkelen. Misschien is er wel leverancier die extra kleine minichiponderdeeltjes kan leveren, zolang er maar vraag naar is. Nou, die vraag is er, want we geloven allemaal in de grote minichipopgave.

En nu?
Maar als dit zo werkt… Als je met een handige voorspelling kunt zorgen dat iets daadwerkelijk gebeurt, kunnen we dat dan niet wat gerichter inzetten? Kunnen we dan niet wereldvrede voorspellen? Of een oplossing voor de klimaatcrisis of het verlies aan biodiversiteit? Misschien hebben we wat overtuigingskracht nodig, maar Moore liet zien dat het ogenschijnlijk onmogelijke binnen handbereik ligt.

Het antwoord is helaas nee. Voor wereldvrede is het min of meer geprobeerd. In zijn boek The End of History voorspelde Francis Fukuyama dat uiteindelijk alle landen zouden evolueren naar een liberale democratie. Volgens hem was dat namelijk het winnende systeem. En niet onbelangrijk: het is ook het meest vredelievende systeem. Fukuyama had behoorlijk wat overtuigingskracht, want met de val van de Muur vers in het geheugen, wilde iedereen graag geloven dat deze voorspelling het zou maken. Daar lag het niet aan.

Het probleem is, denk ik, dat wereldvrede – net als het invoeren van liberale democratie – niet echt past binnen het type samenwerking dat de Wet van Moore beschrijft. Op een bepaalde manier zitten er andere ‘spelregels’ in het technisch-economisch complex die het makkelijk maken alle neuzen dezelfde kant op te krijgen. Maar politieke ontwikkelingen zijn blijkbaar aan andere dynamieken onderhevig.

Toeval
Eigenlijk denk ik dat het vaak toeval is wanneer een zelfvervullende voorspelling zijn werk gaat doen. Je kunt wel een paar randvoorwaarden benoemen—zoals dat er een breed gedragen geloof moet zijn in de voorspelling, en dat deze moet aansluiten bij wat mensen toch al willen. Maar de waarheid is toch: soms gaat het vliegen en soms niet.

Daarmee is de zelfvervullende voorspelling een prima verklaring voor hoe dingen kunnen gaan, maar ook een verklaring die je niet als instrument kunt inzetten. Je kan voorspellen zoveel je wil, maar je kunt maar zeer ten dele bepalen wat mensen met die voorspelling gaan doen. Wat dat betreft is het verschil tussen menselijk gedrag en natuurwetten minder groot dan je zou denken.

Meer lezen?

Het idee dat voorspellingen eerder de bedoeling hebben om de wereld te vormen dan om ze te voorspellen besprak ik al een aantal keer. Bijvoorbeeld in: Toekomstindustrie, IQ, en In opdracht van de tijd. Over voorspellingen in ‘pure’ vorm sprak ik in Peilingen.

De wet van Moore en met name wat het exponentiele karakter ervan allemaal met ons doet besprak ik eerder in Verandersnelheid.

Wappies

Ik probeer me in dit blog niet met de actualiteit bezig te houden en heb daarom nog niet over corona geschreven. Jammer misschien, want gewone mensen zoals jij en ik hadden nog zo nooit direct met de wetenschap te maken – en dat schuurde behoorlijk. We moesten ons aanpassen aan het virus en hoe dat moest werd ons voorgezegd door figuren in een -spreekwoordelijke- witte jas.

Moeilijk. We hadden moeite met de onzekerheid van de wetenschap: wat we allemaal nog niet wisten over het virus viel ons zwaar. We hadden last van de autoriteit die wetenschappers plotseling kregen: alsof zij de enigen waren die ervoor gestudeerd hadden. En we stoorden ons aan de kokervisie die nu eenmaal bij het wetenschappelijke specialiseren hoort: we wilden gedragswetenschappers in plaats van virologen, of misschien toch maar een econoom.

Maar de wetenschappers zelf waren uiteindelijk niet het ergst. Het ergst vonden we de buren: die de wetenschap net iets minder serieus namen dan wijzelf en daarmee iedereen in gevaar brachten. Oh nee. Er was nog één groep erger: de wappies.

De wappies riepen dat het allemaal niet waar was. Dat een plan was – van de regering en van Bill Gates en ook van de media, want in een complot horen minstens drie partijen mee te doen. Ze riepen het op TV, in talkshows en op YouTube bij Lange Frans. Ze liepen in witte pakken door de straten om het te roepen en ze maakten lawaai tijdens de toespraak van Rutte. Jij en ik, weldenkende mensen, vroegen ons af wat hen bezielde. Hoe kun je zó losgeslagen raken van de realiteit?

Ik nam het hier al eerder op voor mensen die er een, nou ja, ander wereldbeeld op nahouden en zal dat nu opnieuw doen, zij het met enige tegenzin. Destijds had ik het over Flat Earthers: mensen die geloven dat de aarde plat is. Die komen in schrikbarende aantallen voor, maar er was een tijd, voor de moderne wetenschap, dat iedereen dacht dat de aarde plat is.

Vreemd is dat niet. Een platte aarde past namelijk prima bij onze alledaagse beleving, dus als je op je eigen zintuigen vertrouwt ben je bevattelijk voor het idee van een platte aarde. Tel daarbij op dat je intensief omgaat met mensen die ook geloven dat de aarde plat is en alle tegenargumenten die je zoal hoort kunnen ontkrachten, en je hebt een stevige basis om flat earther te worden.

We bouwen ons wereldbeeld op uit wat we zelf meemaken en uit alles wat we oppikken van anderen, waarmee we die ervaringen vervolgens betekenis geven. Verreweg het meeste wat we denken te weten hebben we van horen zeggen: van onze ouders, van de schoolmeester, van de buren, van collega’s, uit de krant, van YouTube. Geen wonder dat mensen sociale media de schuld geven van het ongeloof onder medelanders: daar gaan immers zoveel complottheorieën rond dat je wel heel sterk in je schoenen moet staan om niet van de wap te raken. Wappies beroepen zich ook steevast op het “eigen onderzoek” wat ze gedaan hebben.

Maar ik twijfel steeds meer aan die theorieën over een ongezond informatiedieet en hoe dat tot een collectieve psychose zou leiden. Al helemaal als de algoritmen er weer eens bij gehaald worden. Integendeel: ik denk dat de wappies zich onderscheiden van de weldenkende medemens doordat ze zich juist meer dan anderen beroepen op hun eigen ervaring.

En ook dat komt door Corona. Ik was namelijk een week voordat Nederland in lockdown thuis met een verkoudheid. Hier in Noord-Brabant was dat al de regel.  Ik lag op de bank te snotteren en kon nergens heen. In de appgroepen werden bijeenkomsten afgezegd. Het eerste coronageval in mijn omgeving, weliswaar geen directe bekende, werd gemeld. Voor mij voelde die pandemie heel reëel.

Maar voor collega’s in Utrecht, 50 km verderop, was de pandemie nog iets abstracts; iets dat in Brabant en Limburg huishield, en daar mogelijk ook wel kon blijven. De open dag op mijn hogeschool, op vrijdag zou gewoon zijn doorgegaan – superspreading of niet – als Rutte op donderdag het land niet dichtgegooid had. Het verschil in beleving tussen mij en mijn directe collega’s zal me nog lang bijblijven. Hoewel ikzelf waarschijnlijk geen Corona had, was de pandemie voor mij werkelijkheid. Voor hen was het alleen maar nieuws. Dat zijn verschillende planeten.

Lag het aan ons informatiedieet? Nee. Het verschil tussen mij en collega’s was niet dat we andere nieuwsbronnen lazen. Ik had niet rondgeklikt op YouTube. Het nieuws kwam anders binnen. De wereld van mijn collega’s draaide door als altijd, terwijl mijn wereld heel eventjes stil stond.

Dat brengt ons terug bij de wappies. Wat maakten zij mee? Hoeveel van hen zouden zelf een stevig coronageval, niveautje IC, in de familie meegemaakt hebben?  Naast ‘ik doe mijn eigen onderzoek’ hoor je van hen vaak het argument dat het gewoon een griep is en dat ze niemand kennen die er flink last van gehad heeft.

Dat is een belangrijke opmerking. We denken bij een pandemie al snel aan plaatjes uit geschiedenisboeken over de Pest. Dat soort taferelen zien we nu niet. Wappies zijn misschien best bereid te geloven dat er iets aan de hand is als er een heleboel mensen ziek worden, maar in hun eigen omgeving gebeurt dat gewoonweg niet. Zelfs mensen die het virus krijgen komen er met een paar weken weer bovenop.  Ze kunnen met eigen ogen zien dat er geen pandemie gaande is, maar de media schreeuwen moord en brand en de regering doet het land op slot. Dat moet wel collectieve waanzin zijn.

Het is een irritante, maar wel een sluitende redenering. Als je de media wegdenkt is het bewijs voor de pandemie flinterdun en het bewijs voor collectieve waanzin overduidelijk. De Corona-doden liggen niet op straat, maar de lockdown merken we allemaal op. En dan is er nog een legertje actievelingen opgestaan om aan te tonen dat er wel meer niet klopt van wat de regering ons allemaal voorschotelt én dat soms ook blijkt dat de regering er naast zit, of zelfs zichzelf, of haar eigen wetenschappers, tegenspreekt. Dan is het toch niet onredelijk om er alternatieve theorieën op na te houden? De wappies zijn slecht van vertrouwen en sommigen stellen zich enorm aan, zeker, maar gek zijn ze niet.

Juist in een tijd waarin de wetenschap zo zichtbaar, nodig en aanwezig is blijkt het moeilijk om erin te geloven. Maar zijn het de mensen of is het de wetenschap zelf die losgezongen is van de realiteit?

De wetenschap heeft het virus ontdekt, binnen een week de genetische code ontcijfert, binnen een jaar een werkzaam vaccin ontwikkeld – dat is een fenomenale prestatie. Maar het is diezelfde wetenschap die ons al bijna een jaar binnenhoud. Als we erger willen voorkomen, kunnen we niet veel anders naar de virologen luisteren. .

Ik vind de wappies moeilijk, want ik hou van de wetenschap waar zij tegenaan schoppen. Het zijn olifanten die in hun witte pakken door mijn porseleinkast marcheren. Maar dat er, juist in deze tijd, een voedingsbodem is voor complottheorieën snap ik wel. We vragen de mensen om blind vertrouwen in een hocus pocus van cijfers, codes, abstracties, tests en apparatuur, in een klopjacht op het onzichtbare virus. Dat is misschien ook gewoon wel veel gevraagd.

Meer lezen?

Ik schreef over Flat Earthers in Plat, over de invloed van media op onze samenleving in Media en over het belang van getuigenis voor ons weten in Kennisbronnen.

Spiegelpaleis

Gisteren stond ik in de rij achter een vader, een moeder en hun twee dochters; ze leken me een gelukkig gezinnetje. Maar, we stonden te wachten en, één van de twee dochters was een beetje baldadig. De vader gaf haar een liefdevol-maar-berispend kneepje in de wang. Het duurde natuurlijk maar een paar seconden voordat zij haar zusje op hetzelfde recept trakteerde; wat haar natuurlijk weer op een reprimande kwam te staan. Wij mensen zijn sociale dieren en imitatiegedrag zoals in dit voorbeeld komt veel voor. Door elkaar steeds na te doen leren we van elkaar en versterken we onze groepsband. Of pappa het nou leuk vond of niet, met het knijpen van haar zusje zei ze tegen hem ‘ik ben net als jij’ en tegen haar zusje ‘jij hoort er ook bij’. Het was een ín en ín sociale actie.

Dit soort gedrag speelt ook een belangrijke rol bij ideeënvorming. Zet een paar verschillende mensen bij elkaar in een groepje en hun denkbeelden zullen meestal snel naar elkaar toegroeien. Echt afwijkende ideeën houden we meestal liever voor onszelf en de dingen waar we het ongeveer over eens zijn bespreken we uitvoerig. Als we allebei vinden dat het niveau van onze studenten omhoog moet, is dat steeds onderwerp van gesprek. Als we heel verschillende ideeën hebben over hoe dat zou moeten, bespreken we daar minder van.  In een groep zijn de die ideeën die we met elkaar met elkaar blijven uitwisselen dus meestal gelijksoortig. Het sociale effect daarvan is dat er in de groep een gevoel van gelijkgestemdheid is waar we veel behoefte aan hebben. Maar het het delen van gelijksoortige ideeën heeft ook inhoudelijke voordelen. Gelijksoortige ideeën zijn namelijk gemakkelijk te combineren tot nieuwe ideeën waardoor ze zich verder ontwikkelen. Dit heeft op zijn beurt weer een sociaal effect. De ideeën die we als groep gemaakt hebben vormen weer een band, want gezanmelijke ideeën: daar zijn we samen trots op.

Zo leven we allemaal in verschillende ideeënreservaatjes: je kamergenoten op het werk, een vriendengroep die je regelmatig ziet, je gezin – het zijn allemaal kleine groepjes met hun eigen, gedeelde gedachtengoed. In het begin als deze groepjes voor het eerst gevormd worden, is er altijd veel creativiteit. De leden van het nieuwe groepje delen ideeën, die op elkaar voortbouwen, waar weer nieuwe ideeën uit ontstaan. Maar dat creatieve effect dooft na een tijdje uit. De gemeenschappelijke ideeën zijn zo belangrijk voor de sociale orde, dat ze een steeds grotere plaats in de gespreksstof gaan innemen. Daardoor blijven in oudere groepen steeds maar weer dezelfde ideeën rondzingen. Het reservaat wordt dus minder vruchtbaar.

Maar er gebeurt nog iets anders. Het wordt steeds moeilijker om nog naar buiten te kijken en in te schatten hoe anderen, in andere groepjes eigenlijk over deze onderwerpen denken. Mensen overschatten systematisch hoe breed hun eigen gedachtengoed, gedeeld wordt.

Dit heeft te maken met een psychologisch mechanisme dat de availability bias heet. Sociaal psychologen hebben aangetoond dat mensen informatie die makkelijk beschikbaar is voor het brein (omdat die vers in het geheugen zit bijvoorbeeld) zwaarder wegen in hun oordeelsvorming dan andere informatie. Als je elke dag nieuws hoort over klimaatverandering ga je het sneller als een probleem zien en ga je eerder denken dat het waar is wat er over gezegd wordt. Je brein werkt het liefst met die dingen die voor het grijpen liggen. De combinatie van de availability bias met de neiging om in groepen gelijksgestemdheid te ontwikkelen leiden tot een soort ideeënblindheid. In je eigen groepje hoor je steeds dezelfde ideeën van dezelfde mensen en de availability bias zorgt ervoor dat je juist aan die ideeën veel waarde hecht. Zodoende gaan groepen er vaak stilzwijgend van uit dat er buiten de groep ongeveer net zo over het onderwerp gedacht wordt als binnen de groep.

Veel mensen denken bijvoorbeeld dat ze een aardig idee hebben van wat er zoal in de organisatie speelt. Als je die ideeën vervolgens gaat onderzoeken blijken mensen te denken dat datgene wat op hun eigen kamer besproken wordt, in de hele organisatie leeft. Maar dat is vaak ten onrechte: een kamer verder worden andere dingen besproken; en daar denken ze ook dat juist die ideeën in de hele organisatie spelen. De availability bias maakt dat onze ideeënreservaatjes spiegelwanden hebben, waarin we van alles denken te zien, maar waar we eigenlijk vooral naar onszelf zitten te kijken.

Natuurlijk bewegen we ons in meerdere groepen, maar veel daarvan zij stabiel. Op het werk zijn dat bijvoorbeeld het groepje collega’s waar we mee lunchen, de collega’s waar we een kamer mee delen en de vaste teams waar we in werken. Die stabiele teams vormen een soort spiegelpaleis. We denken het geheel van ideeën in onze sociale kring te kunnen overzien, maar dat komt omdat de spiegelwandjes van onze reservaatjes nooit doorprikken.

Voor dit nadelige aspect van het sociale karakter van kennis is eigenlijk maar één remedie. De reality check.  Als je altijd op een universiteit rondloopt loop dan eens een dagje mee in de verpleging. Ga eens op de thee bij je Turkse buurvouw. Praat eens met een collega die je niet elke dag ziet. Op die momenten prik je de celwand even door en ontdek je wat er buiten je eigen wereldje leeft. Dat kan best verfrissend zijn.

Meer lezen?

Dit blogje is voor een groot deel gebaseerd op de ideeën van Thijs Homan, professor verandermanagement aan de open universiteit. Hij vertelt er smakelijk over in dit online college.

Ik sprak al eerder over de onbetrouwbaarheid van het brein en het effect op onze kennisbeleving in mijn blogjes: geheugenmachine, kennisbronnen en in eksters.