Ideeënsex

Ideeënsex. Het is een prikkelend idee. De gedachte achter ideeënsex is dat nieuwe ideeën ontstaan door het samensmelten van meerdere bestaande ideeën. Als je een beetje een beelddenker bent roept het woord ideeënsex natuurijk een hele reeks associaties op: speeddaten, uithuwelijken, prositutie, masturbatie en orgies. Plotseling blijken al die dingen ook in je hoofd te gebeuren en zijn ze de bron van maffe ideeën zoals flashmobs – of van serieuze zoals de stelling van pythagoras.

Eigenlijk is dit een moment waarop je even moet stoppen met lezen en je fantasie de vrije loop moet laten. Laat die ideeëensex gedachte eerst eens even vrijelijk door je hoofd gaan voordat je je laat indoctrineren met een of andere serieuze bespreking van het onderwerp door mij.

….

Experiment geslaagd? Bij mij riep het woord in ieder geval associaties op die nog nooit eerder bij me opgekomen waren. Een sexy idee dat door je hoofd gaat maakt daar blijkbaar allemaal dingen los.  Stoffige gedachten die er al jaren zitten gaan een flirt aan met de nieuwkomer. Als ze erg van hun stuk zijn willen ze wel een beetje buiten hun comfort zone komen en een dansje doen dat ze normaal nooit zouden doen. Je hele gedachtenwereld zet haar beste beentje voor. En ja; zo kom je op nieuwe ideeën.

Ik vind ideeënsex een fijne metafoor, maar het is natuurlijk de vraag of je er ook wat mee kan. Levert die gedachte aan ideeënsex ons ook inzichten op waarmee we beter begrijpen hoe kennis werkt? Ik denk van wel, bijvoorbeeld als je kijkt naar hoe ideegeneratie-technieken werken.

Er zijn honderden technieken om op frisse ideeën te komen, maar ze vallen grofweg uiteen in twee categorieën: vrije associatie en geforceerde connectie. Bij vrije associatietechnieken neem je een input of idee als basis en probeer je de ideeën daaromheen los te krijgen. Die associaties vormen weer de basis voor verdere associatie. Bij een boom denk je aan blaadjes;  blaadjes doen je denken aan papier en aan ‘jong blaadje’ en die gedachten doen je weer denken aan… Nou ja, je snapt het idee. Ideeënsex is niet de basisgedachte achter vrije associatie, hoewel het natuurlijk wel kan gebeuren, zeker als je het met een groep mensen doet.

Het zit anders met geforceerde connectie. Bij geforceerde connectie probeer je op nieuwe ideeën te komen door twee dingen aan elkaar te relateren die eigenlijk niets met elkaar te maken hebben. Wat als dit bedrijf een appel was? Dat werk. Geforceerde connectietechnieken richten zich dus nadrukkelijk op het organiseren van een flirt tussen heel verschillende ideeën.

Toch werkt geforceerde connectie niet altijd zo lekker als je zou willen. Terwijl er bij het experimentje van even terug uit alle hoeken en gaten van mijn brein oude ideeën kwamen gekropen om met vreemde dansjes de gedachte aan ideeënsex het hof te maken, blijken er nu nauwelijks gedachten over mijn bedrijf te zijn die het met een appel willen doen. Wat is dat toch?

We kunnen volgens mij drie lessen trekken uit het voorbeeld. Één: ideeën sexen niet graag onder dwang. Het probleem met geforceerde connectie is het geforceeerde ervan. Twee: aantrekkelijke ideeën zijn betere gangmakers dan saaie ideeën. Saaie ideeën roepen te weinig op in je brein. Je hebt dus een goed idee nodig om een geweldig idee te brouwen. En drie: soort zoekt soort. Ideeën die ver uit elkaar liggen, sexen niet graag.

Het grappige is dat dat laatste wetenschappelijk onderzocht is. Een veronderstelling achter geforceerde connectie technieken is dat afstand telt. Hoe verder de oorspronkelijke ideeën uit elkaar liggen hoe beter en origineler de ideeën zijn die er uit voortvloeien. Onderzoekers konden die aanname toetsen door de geschiedenis van ideeën die op een digitaal innovatieplatform tot stand gekomen waren na te gaan.

Het bleek dat de aanname klopt, maar ze brachten een belangrijke nuance aan. Originele ideeën kwamen wel voort uit ideeën die oorspronkelijk ver uit elkaar lagen, maar daarvoor waren veel meer stappen of iteraties nodig dan bij andere ideeën. Het ging dus niet in één keer (vreemd idee plus vreemd idee levert geweldig idee), maar juist stukje bij beetje (verwant idee plus verwant idee geeft aangepast idee). Als dit proces van het combineren van verwante ideeën heel vaak herhaald werd, waardoor er uiteindelijk toch heel verschillende dingen werden samen gebracht, dan kwamen er goede en originele ideeën uit. Je kunt dus wel degelijk veel creatieve kracht putten uit het verbinden van ideeën die ver uit elkaar liggen, maar je moet wel genoeg potjes ideeënsex inplannen om het voor elkaar te krijgen.

Je kunt het ideeënsex concept dus prima gebruiken om idee generatietechnieken praktisch te verbeteren. Misschien moet je dit eens zelf proberen. Probeer wat je nu weet van ideeënsex op eens op vrije associatie technieken toe te passen. Je zult zien dat je makkelijk een aantal verbeteringen kan bedenken en ideeënsex zich dus niet alleen als prikkelend, maar ook als vruchtbare gedachte bewijst.
Meer lezen?

Ik heb het begrip ideeënsex van verandermanagementprofessor Thijs Homan. In het blogje spiegelpaleis bespreek ik zijn ideeën uitgebreider. Je kan ook zijn online college bekijken.

Ook mijn blogje over mementheorie is verwant aan dit onderwerp.

De wetenschappelijke studie waar ik naar verwijs in dit blogje is te vinden in dit artikel.

 

Spiegelpaleis

Gisteren stond ik in de rij achter een vader, een moeder en hun twee dochters; ze leken me een gelukkig gezinnetje. Maar, we stonden immers te wachten, één van de twee dochters was een beetje baldadig. De vader gaf haar een liefdevol-maar-berispend kneepje in de wang. Het duurde natuurlijk maar een paar seconden voordat zij haar zusje op hetzelfde recept trakteerde; wat haar natuurlijk weer op een reprimande kwam te staan. Wij mensen zijn sociale dieren en imitatiegedrag zoals in dit voorbeeld komt veel voor. Door elkaar steeds na te doen leren we van elkaar en versterken we onze groepsband. Of pappa het nou leuk vond of niet, met het knijpen van haar zusje zei ze tegen hem ‘ik ben net als jij’ en tegen haar zusje ‘jij hoort er ook bij’. Het was een ín en ín sociale actie.

Dit soort gedrag speelt ook een belangrijke rol bij ideeënvorming. Zet een paar verschillende mensen bij elkaar in een groepje en hun denkbeelden zullen meestal snel naar elkaar toegroeien. Echt afwijkende ideeën houden we meestal liever voor onszelf en de dingen waar we het ongeveer over eens zijn bespreken we uitvoerig. Als we allebei vinden dat het niveau van onze studenten omhoog moet, is dat steeds onderwerp van gesprek. Als we heel verschillende ideeën hebben over hoe dat zou moeten, bespreken we daar minder van.  In een groep zijn de die ideeën die we met elkaar met elkaar blijven uitwisselen dus meestal gelijksoortig. Het sociale effect is dat er in de groep een gevoel van gelijkgestemdheid is waar we veel behoefte aan hebben. Maar het het delen van gelijksoortige ideeën heeft ook inhoudelijke voordelen. Gelijksoortige ideeën zijn namelijk gemakkelijk te combineren tot nieuwe ideeën waardoor ze zich verder ontwikkelen. Dit heeft op zijn beurt weer een sociaal effect. De ideeën die we als groep gemaakt hebben vormen weer een band, want gezanmelijke ideeën: daar zijn we samen trots op.

Zo leven we allemaal in verschillende kenniscellen. Je kamergenoten op het werk, een vriendengroep die je regelmatig ziet, je gezin het zijn allemaal kleine groepjes met hun eigen, gedeeld gedachtengoed. Eerst, zodra ze gevormd worden, zorgen kenniscellen bijna altijd voor veel creativiteit. De leden van het nieuwe groepje delen ideeën die op elkaar voortbouwen, waar weer nieuwe ideeën uit ontstaan. Maar dat creatieve effect dooft na een tijdje uit. De gemeenschappelijke ideeën zijn zo belangrijk voor de sociale orde, dat ze een steeds grotere plaats in de gespreksstof gaan innemen. Daardoor blijven in een oude kenniscel steeds maar weer dezelfde ideeën rondzingen. En er gebeurt nog iets anders. Het wordt steeds moeilijke om buiten de cel te kijken en in te schatten hoe anderen, buiten de cel, eigenlijk over de onderwerpen waar steeds over gesproken wordt denken. Mensen overschatten namelijk systematisch hoe breed hun eigen gedachtengoed, gedeeld wordt.

Dit heeft te maken met een psychologisch mechanisme dat de availability bias heet. Sociaal psychologen hebben aangetoond dat mensen informatie die makkelijk beschikbaar is voor het brein (omdat die vers in het geheugen zit bijvoorbeeld) zwaarder wegen in hun oordeelsvorming dan andere informatie. Als je elke dag nieuws hoort over bijvoorbeeld klimaatverandering ga je het sneller als een probleem zien en ga je eerder denken dat het waar is wat er over gezegd wordt. Je brein werkt het liefst met die dingen die voor het grijpen liggen. De combinatie van de availability bias met de neiging om in groepen gelijksgestemdheid te ontwikkelen leiden tot een soort ideeënblindheid. In een kenniscel hoor je steeds dezelfde ideeën van dezelfde mensen en de availability bias zorgt ervoor dat je juist aan die ideeën veel waarde hecht. Zodoende gaan groepen er vaak stilzwijgend van uit dat er buiten de groep ongeveer net zo over het onderwerp gedacht wordt als binnen de groep.

Natuurlijk bewegen we ons in meerdere groepen, maar veel daarvan zij stabiel. Op het werk zijn dat bijvoorbeeld het groepje collega’s waar we mee lunchen, de collega’s waar we een kamer mee delen en de vaste teams waar we in werken. Die stabiele teams vormen een soort spiegelpaleis. We denken het geheel van ideeën in onze sociale kring te kunnen overzien, maar dat blijkt vaak niet waar. Veel mensen denken bijvoorbeeld dat ze een aardig idee hebben van wat er zoal in de organisatie speelt, maar als je die ideeën gaat onderzoeken blijkt het projectie. Mensen denken dat datgene wat op hun eigen kamer besproken wordt, in de hele organisatie besproken worden. Maar een kamer verder worden andere dingen besproken; en denken ze ook dat juist die ideeën in de hele organisatie spelen. De availability bias maakt dat onze kenniscellen spiegelwanden heeft waarin we van alles denken te zien, maar waar we eigenlijk vooral naar onszelf zitten te kijken.

Voor dit nadelige aspect van kenniscellen is eigenlijk maar één remedie. De reality check.  Als je altijd op een universiteit rondloopt loop dan eens een dagje mee in de verpleging. Ga eens op de thee bij je Turkse buurvouw. Praat eens met een collega die je niet elke dag ziet. Op die momenten prik je de celwand even door en ontdek je wat er buiten je eigen wereldje leeft. Dat kan best verfrissend zijn.

Meer lezen?

Dit blogje is voor een groot deel gebaseerd op de ideeën van Thijs Homan, professor verandermanagement aan de open universiteit. Hij vertelt er smakelijk over in dit online college.

Ik sprak al eerder over de onbetrouwbaarheid van het brein en het effect op onze kennisbeleving in mijn blogjes: geheugenmachine, kennisbronnen en in eksters.