Stokoude Kennis

Veel wetenschappers houden niet van de vraag of de kennis die ze ontwikkelen nuttig is. Ik vind dat niet zo vreemd. Vaak is het al knap lastig om te zeggen wat het nut is van de kennis die je al hebt, laat staan dat je dat alvast moet zeggen over je toekomstige ontdekkingen. Om van de vraag af te zijn vertellen ze vaak een sprookje. Daarin speelt een wetenschapper van een paar eeuwen terug de hoofdrol. Het verhaal gaat ongeveer zo. Neem wetenschapper X uit de 16e of 17e eeuw. Niemand begreep in zijn tijd waar hij het over had, of waarom je druk zou maken over wat hij te zeggen had. Maar nu, eeuwen later, gebruiken we juist die kennis elke dag! De moraal is: vraag niet naar het nut van kennis: de tand des tijds zal het ons leren.

Neem Gottfried Leibnitz. Deze Duitse wiskundige vond (onder andere) het binaire getalstelsel uit: al in 1679! Leibnitz liet zien dat een aantal wiskundige bewerkingen makkelijker waren als je alleen maar éénen en nullen als getallen gebruikte. Hij speculeerde ook dat er ooit machines zouden komen die op deze manier zouden werken, maar had hij natuurlijk geen Nintendo DS, iPad of maanlander voor ogen. In Leibnitz’ tijd leek binair rekenen nog een hobbypaardje van een fanatieke wiskundige, nu lijkt het een van de belangrijkste en nuttigste ontdekkingen ooit gedaan.

Ik vind het heel fijn hoor: dat Leibnitz het binaire getallenstelsel heeft uitgevonden, maar stel nu dat die dat niet gedaan had…. Zou, voordat Konrad Zuse in 1938 pas, de eerste binaire computer bouwde, echt niemand anders op dat idee gekomen zijn? Desnoods meneer Zuse zelf? Omdat hij het nodig had, bijvoorbeeld?

Wat het sprookje van de stokoude kennis zo sterk maakt is dat het waar gebeurd is. Wat het een sprookje maakt is dat als je maar goed genoeg zoekt er altijd wel  stokoude nuttige kennis te vinden is, ongeveer zoals er ook altijd wel een winnaar is van de Olympische Spelen.

Het probleem van de tand des tijds is namelijk dat ze de tijd heeft. Veel ideeën ontstaan langzaam, worden door meerde personen tegelijk ontwikkeld of keren steeds in een iets  andere gedaante terug. Als je alle ideeën die ooit bedacht zijn tot je beschikking hebt, dan is de kans dat iemand ooit al op een idee gekomen is waar je nu wat aan hebt vrij groot. Niet al die ideeën zijn zo uniek en sterk als binair rekenen, maar al met al vind je wel iemand die in het sprookje van de stokoude kennis past als je er naar op zoek gaat.

Daar komt nog bij dat de tand des tijds selectief is. Datgene wat we nog gebruiken uit de 17e eeuw (Newtons klassieke mechanica) staat ons helderder voor de geest dan datgene wat we niet meer gebruiken (Newtons alchemie en theologie). De 17e eeuw, lijkt, als we terugkijken dus een relatief vruchtbare periode van ideeën die vandaag nog nuttig zijn; simpelweg omdat we de onzin zijn vergeten.

Ik heb niets tegen het sprookje van de stokoude kennis, maar een goed antwoord op de vraag van het nut van kennis -of onderzoek- is het niet. Ik denk dat fundamemteel onderzoek zin heeft; dat we geld moeten stoppen in het vinden van het Higgs boson; en medewerkers van het Cern hoeven van mij niet uit te leggen wat we op korte termijn hebben aan hun metingen. Maar laten we ophouden het nut van stokoude kennis aan te voeren as rechtvaardiging van fundamenteel onderzoek, vandaag. Wetenschappelijk gezien snijdt dat te weinig hout.

Meer Lezen?

In mijn blogje Big Science ga ik in op de groei van de wetenschap sinds de wetenschappelijke revolutie. Dat werpt een interessant licht op de mythe van stokoude kennis.

In mijn blogjes halfwaardetijd en tijdmeters ga ik in op wat de tijd met kennis doet en hoe wetenschappers zich tegen de tand des tijds wapenen.

Helpt specialiseren?

De oude Griekse filosofen waren geen specialisten. Ze schreven over van alles: psychologie, wetenschap, wiskunde, politiek – het liep bij hen allemaal door elkaar. Ook de wetenschappers in de 17e eeuw, zoals Huygens of Newton, deden nog ontdekkingen over een breed scala aan onderwerpen. Tegenwoordig is dat bijna niet meer mogelijk. Je kunt nu eenmaal als mens maar een beperkt aantal dingen leren in je leven. Als je wilt dat daar iets helemaal nieuws tussen zit dan zal je je enorm moeten specialiseren. Ik had een docent op de universiteit die trots vertelde dat er maar 12 mensen op de hele wereld bezig waren met het onderwerp waar zijn proefschrift over ging: hij kende ze allemaal bij naam. Hij vond dat erg leuk, maar ik had mijn vraagtekens. De andere kant van de medaille dat het is in de moderne wetenschap bijna niet meer mogelijk om een overzicht te hebben over wat we allemaal weten.

Is dat erg? Misschien. Neem het gedachtenexperiment van robotonderzoeker Rodney Brooks . Hij stelde zich voor wat er zou gebeuren als een groep pioniers in de vliegtuigtechniek uit 1890 met een tijdmachine naar onze tijd geteletransporteert kon worden. Ze zouden een tijdje in een vliegende Boeing 747 kunnen doorbrengen en daarna teruggaan naar hun eigen tijd. Meteen gingen ze proberen om de Boeing na te bouwen. Er werden stoelen gemaakt, de meters uit de cockpit werden in elkaar gezet, dubbel glas werd ontwikkeld… In no-time zouden de vliegexperts een replica van de Boeing hebben staan. Maar vliegen deed die niet. Het gaat er bij een Boeing namelijk niet om hoe de onderdelen zelf precies gebouwd zijn, maar om hoe die onderdelen samenwerken om vliegen mogelijk te maken. En juist dat konden de vliegtuigingenieurs uit 1890 niet herleiden. Ook gedachtenexperimenten kunnen mislukken.

De wetenschap als geheel is geen mislukt project zoals de Boeing van de vliegtuigbouwers uit het gedachtenexperiment van Brooks. Maar het verhaal zet je wel aan het denken. Wat heeft het voor zin de onderdelen te beter te leren kennen als we geen zicht krijgen op de samenwerking ertussen? Specialisme brengt ons pas echt verder als die specialistische kennis ook weer gekoppeld kan worden aan andere kennis. We moeten wetenschappelijke vooruitgang misschien minder afmeten aan  de ontwikkeling van kennis zelf en meer aan de mate waarin kennis bruikbaar gemaakt wordt voor andere vakgebieden.  Er is een Nobelprijs voor beste kenniskoppelaar nodig.

Meer lezen?

In Big Science bespreek ik de groei van wetenschap die de huidige specialisatie veroorzaakt.

Het artikel van Rodney Brooks waarin hij dit experiment beschrijft heet “Intelligence without representation”