Deze zomer vroegen studenten hun universiteitsbestuurders om alle officiële banden met Israëlische universiteiten te verbreken. Eerder waren er soortgelijke protesten over de samenwerking tussen universiteiten en de fossiele industrie. Ook staat onderzoek naar dronezwermen onder druk, omdat deze technologie nu wordt gebruikt in lopende oorlogen. Ik heb veel sympathie voor deze oproepen om thought leadership te koppelen aan moreel leiderschap al was het alleen maar omdat het ongemak van universiteitsbestuurders bij deze kwesties zo veelzeggend is.
De olifant in de kamer is natuurlijk dat onafhankelijke wetenschap niet bestaat. Dat de academische vrijheid een mooi ideaal is, maar dat het lelijk wordt als ‘vrij’ geïnterpreteerd wordt als ‘waardenvrij’ of nòg erger ‘vrij van verantwoordelijkheid’. Universiteitsbestuurders vinden dat ingewikkeld, en dat is het ook.
De protesterende studenten beriepen zich op het boek Towers of Ivory and Steel van Maya Wind, waarin de sterke banden tussen de Israëlische universiteiten en het leger aan de kaak gesteld worden. Maar dit soort afhankelijkheden beperken zich natuurlijk niet tot Israël.
Afhankelijke wetenschap is van alle tijden. Galileo Galilei was een briljante en tegendraadse geest, maar hij kon zijn strijd met de heersende opvattingen en de kerk niet voeren zonder zijn beschermheer, markies Guidobaldo del Monte. De middeleeuwse scholastici kregen van de kerk de ruimte om filosofie te bedrijven, zodat ze het geloof konden versterken met rationele argumenten voor het bestaan van God,bijvoorbeeld. De adel, de kerk en later de staat willen best investeren in nieuwe kennis, maar een blanco cheque is wel wat veel gevraagd.
De afhankelijkheid van moderne wetenschap wordt vooral bepaald door financieringsstromen. De minister gaat gelukkig niet langs de universiteit om met wetenschappers te praten over of hun onderzoek wel deugt, maar de staat beslist wel over de hoeveelheid basisfinanciering in vergelijking met financiering door bedrijven, de verhouding tussen middelen voor onderwijs en onderzoek, en de organisatie van subsidiestromen. Dat is een systeem waarin er weinig speelruimte is voor de bedrijfsvoering van een universiteit.
Ook dat is niet nieuw. In De ontdekking van het weten stelt Chunglin Kwa dat de bloeitijd van de academische vrijheid in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw was. Tegelijkertijd was de financiering van de wetenschap door het leger nooit zo hoog. Na de Tweede Wereldoorlog en het begin van de Koude Oorlog werd wetenschap als zeer belangrijk beschouwd. De atoombom toonde aan dat fundamentele wetenschap kan leiden tot innovaties die een oorlog kunnen beslissen.
Het enthousiasme voor fundamenteel, onafhankelijk onderzoek is inmiddels flink afgenomen. Grote bedrijven zoals Philips hebben minder onderzoekers in dienst, en de overheid probeert het tekort te compenseren door financiering te richten op economische en maatschappelijke innovatie. Door het afnemen van overheidssteun voor onafhankelijk onderzoek, worden universiteiten op hun beurt steeds afhankelijker van directe financiering van het bedrijfsleven. Het grootkapitaal heeft de universiteiten zo in een dubbele tang en is daarmee de nieuwe broodheer van de wetenschap.
Het is natuurlijk ironisch dat de plek waar het vrijdenken de hoogste culturele status heeft, zo weinig financiële speelruimte heeft om dat ook mogelijk te maken. In het conflict tussen de studenten en de bestuurders vertegenwoordigen studenten de normen van de universiteit zèlf. Ze willen dat de universiteit doet wat ze zegt en kiest voor onafhankelijke kennisontwikkeling. En ze willen dat de bestuurders de wetenschap serieus nemen en er gevolg aan geven. Maar de bestuurders moeten aan het bedrijf, het personeel en de studenten denken. Ze zien niet zoveel ruimte om recht in de leer te zijn.
Is er een weg uit dit conflict? Ik denk dat universiteiten eerlijker naar zichzelf en naar studenten kunnen zijn over de onvermijdelijke afhankelijkheden. Natuurlijk kunnen wetenschappers zich onafhankelijk opstellen, maar kennisontwikkeling is niet neutraal en het gebruik ervan zeker niet. Wetenschappers dragen uiteindelijk verantwoordelijkheid voor beiden.
Universiteiten kunnen duidelijker zijn over de belangen waarmee ze te maken hebben. Door te laten zien waar afhankelijkheden liggen, waar ruimte is en waar om ruimte gestreden kan worden, leren ze studenten assertief te zijn en grenzen te stellen in een afhankelijke positie. Dat is misschien een waardevollere les dan het sprookje van academische vrijheid.
Want laten we eerlijk zijn: zodra het diploma behaald is, zijn studenten ook afhankelijk van de bedrijven en instellingen waarmee ze zich verbinden. Universiteiten zouden hun voorbeeldfunctie moeten inzetten om afgestudeerden weerbaarder te maken voor de machtsdynamieken in het bedrijfsleven en de samenleving. Welke houding daarbij past in kwesties van oorlog, vrede, mensenrechten en klimaat, laat ik aan de bestuurders. Vooralsnog denk ik dat de studenten best een punt hebben.
Meer lezen?
Ik schreef al eerder over de vraagstukken die samenhangen met kennisontwikkeling en toepassing in stokoude kennis, Nobel en valorisatie en over waarden in de wetenschap in doelkennis.
De informatie over machtsdynamieken in 20e eeuwse wetenschap haalde ik uit de ontdekking van het weten van Chunglin Kwa, waar ik eerder over schreef. De informatie over Towers of Ivory and Steel uit een bespreking van de lezing van Maya Wind in DUB.